Rozenburg, dat zijn de mensen.

door | 06-04-2022 | 2 reacties

Foto van Marjon en Vanja
Vanja in gesprek met Marjon

Marjon McElligott is in april 1998 de Rozenburgse politiek ingegaan. Ze heeft de hele bestuurlijke omwenteling van zelfstandige gemeente naar deelgemeente, gebied en nu wijk meegemaakt. Nu is ze klaar met de politiek, maar niet omdat ze het niet meer leuk vond.

“Het begon uit onvrede”, vertelt Marjon. “Ik had een probleem en de gemeente Rozenburg kon me er niet bij helpen. Een klassiek kastje-naar-de-muur-verhaal. Ik vond het heel oneerlijk en ik begreep niet dat je in zo’n beleidsmolen gaat ronddraaien. Heel frustrerend. Het ombudsbureau van Gemeentebelangen hielp me. Ik merkte dat veel mensen tussen wal en schip raakten als er een probleem was dat net niet in de format van de gemeente paste.

Ik kreeg een boekje thuisgestuurd van Gemeentebelangen. De titel was: ‘Alles is politiek, politiek is niet alles’. Ik las het en dacht: ja dat is wel zo. Je kan wel vinden dat iets niet goed werkt, maar dat is te makkelijk. Probeer maar eens iets neer te zetten wat goed werkt. Het is veel moeilijker om je te verdiepen in manieren om beleid te maken dat geen fouten heeft. Daar wilde ik me wel voor inzetten.”

Het ging om de Rozenburgers en welke partij ook, je deed je best om die te helpen. Dat lokale, daar geloof ik nog steeds in.

Marjon vond het zelf ook leuk om mensen te helpen en naar de juiste instanties te verwijzen. 

“Een paar keer ben ik gaan kijken bij gemeenteraadsvergaderingen en bij de eerstvolgende verkiezingen stond ik op de lijst voor Gemeentebelangen. Het was een grote partij, dus ik kon meteen aan de bak. Het gedachtegoed van die partij vond ik fijn. Het ging om de Rozenburgers en welke partij ook, je deed je best om die te helpen. Dat lokale, daar geloof ik nog steeds in.

Ik ben geboren in Limburg en opgegroeid in Brielle. Sinds 1989 woon ik in Rozenburg, al heb ik als peuter ook een paar maanden hier gewoond, in de Beukenlaan, nadat ik twee jaar lang met mijn ouders in Australië had gewoond. Ik ben dus geen geboren Rozenburger, maar ik voelde me hier erg thuis. Nog steeds.” 

De manier waarop de gemeente is opgeheven en is samengegaan met Rotterdam, dat vond ik schokkend.

Toen Rozenburg als gemeente in Rotterdam opging, was Marjon het daarmee niet eens. 

“Ik vond het niet nodig. Nu, zoveel jaren later, ben ik niet van mening veranderd. De manier waarop de gemeente is opgeheven en is samengegaan met Rotterdam, dat vond ik schokkend. Er was een volksstemming, in de Rozet, in 2008. Daaruit bleek dat er een meerderheid was voor zelfstandigheid. Er was ook best een groot aantal aanwezigen dat liever wilde samenvoegen. De meningen over wel en niet lagen dicht bij elkaar. Op verzoek van een Rozenburger zou er een referendum komen.

Toen kwam er een onverwacht amendement tijdens de gemeenteraadsvergadering. Enkele partijen stelden voor om niet meer na te denken over mogelijke andere scenario’s, maar om direct te stemmen om op te gaan in Rotterdam. Het amendement werd aangenomen en met een stemverhouding van 8:7 werden die avond alle andere mogelijkheden van tafel geveegd.

Rozenburgers zijn krachtig genoeg om hun mening en input te geven. Door dat amendement ging het referendum niet meer door. Er was die avond niemand op de publieke tribune. Die manier, van hoe dat is gegaan, dat was geen fijne dag.” 

Rotterdam nam in eerste instantie een afwachtende houding aan. 

“We waren welkom, maar er moest veel geregeld worden. Ik was best sacherijnig dat de mensen die ervoor hadden gekozen om bij Rotterdam te horen, niet de onderhandelingen wilden doen.
De gemeenteraadsleden die eigenlijk helemaal niet wilden overgaan, moesten daar nu over onderhandelen. Ik heb zoveel respect voor de mensen die dat hebben gedaan, want het was geen gemakkelijke job.

We zouden Rotterdam worden en zijn we een proces ingegaan van een herindeling, een ARHI-procedure. Die duurt normaal vier jaar. Er zijn veel bestuurlijke, financiële en personele dingen die geregeld moeten worden. Er moet van alles overgeheveld worden naar een nieuwe gemeente. In alle wijsheid werd besloten om dat in twee jaar te doen. Dat was geen succes. De procedure was niet volledig. 

De partij Gemeentebelangen vocht vier jaar later de besluitvorming aan om de deelgemeenten op te heffen. We vroegen de Tweede Kamer en daarna de Eerste Kamer om het voor ons net nieuwe deelgemeentestelsel te kunnen behouden. Helaas is het niet gelukt dat besluit terug te draaien, heel jammer.

Die contacten met de mensen waren altijd laagdrempelig.
Ze wisten ons te vinden.

Gemeentebelangen stond op woensdagen regelmatig met een kraam op de markt. 

“Als partij probeerden we zo laagdrempelig mogelijk te zijn. We hadden een grote fractie met actieve leden. Als er iets speelde, dan hoorden we dat. Of mensen kwamen naar ons toe. Bijvoorbeeld over een lantarenpaal die kapotging, of een lange wachtlijst van de peuterspeelzaal. Je hoorde het en ging het uitzoeken. Dan kwam daar iets uit waar je wat aan probeerde te doen. Die contacten met de mensen waren altijd laagdrempelig. Ze wisten ons te vinden.

Kleine projecten, grote projecten, zoals het project Decibel over de geluidsoverlast van de Calandbrug. Daar hadden we ons werk aan. Politiek doe je nooit alleen. Een heleboel inwoners, die problemen ervaarden, die droegen ook hun steentje bij. Aan tafel bij ProRail, metingen aan huis. Wij hebben de mensen geholpen, maar zij deden het zelf. Dat zag je steeds, heel mooi om te zien.”

Dat is nu wel veranderd, vindt Marjon. 

“Als gebiedscommissie of wijkraad kun je mensen nog wel een beetje de weg wijzen, maar je kunt niets meer regelen. Bij Gemeentebelangen was het verkiezingsprogramma een soort to do-lijstje. Als er een probleem was over huisvesting of groen, dan kwam het op ons verkiezingsprogramma. We legden ook verantwoording af, twee jaar na de verkiezingen. Dit wilden we en dit hebben we bereikt. Dat kan nu niet meer, want Rotterdam moet het nu uitvoeren.

Toen we deelraad waren werd ik vicevoorzitter. Voorzitter Frank Schellenboom en ik hadden een eigen kamer in het gemeentehuis. Mensen wisten ons daar te vinden. Nog steeds zie je dat de gebiedscommissie, en binnenkort de dorpsraad, van een groep mensen input krijgt over wat er speelt. Alleen het verwachtingspatroon moet je bijstellen. Want je kan het niet meer oplossen. Je kan het niet meer regelen. Je kan hooguit iemand in contact brengen met de juiste instanties. Nu ben je als vertegenwoordiger, een adviesorgaan en een doorgeefluik.”

Het wederzijds wennen aan de Rotterdamse ambtenaren was in het begin moeilijk. 

“Rotterdamse ambtenaren die ineens in Rozenburg werkten. Daar hadden ze niks mee en Rozenburgers hadden niks met hun. Inmiddels is dat anders. Ik heb heel gedreven ambtenaren ontmoet die keihard bezig zijn voor het dorp. Natuurlijk in Rotterdams format, niet met korte lijntjes, maar wel met veel inzet. Het is niet zo zwartwit. Dat dat in het begin wel zo was, was logisch. Uiteindelijk heb ik in alle ambtelijke en politieke lagen, ook in Rotterdam, zoveel mensen ontmoet die het beste met het dorp voorhebben. Het is de situatie en je moet er het beste van maken. Zij zijn hier niet om de boel te verzieken.

De echt dorpse Rozenburger heeft er last van dat de korte lijntjes er niet meer zijn. Je ging even naar het gemeentehuis om iets te regelen, even bij elkaar langs. Die wil niet alles alleen maar digitaal regelen. Nu moet je initiatieven regelen via Opzoomer mee. Hoe lief en gezellig ook, dat is niet spontaan. Maar misschien was dat ook gebeurd zonder de herindeling. Waren die regels er toch wel gekomen. Er is inmiddels ook een nieuwe groep Rozenburgers, en sommige daarvan vinden het wel prima. Op het moment dat er wat in hun straat gebeurt, willen ze weten wat er is, en waar de informatie daarover te vinden is. Daar loopt het wel eens mank. Ik vind het nog steeds jammer dat het spontane er niet meer is. Als je zin had in een barbecue met de buurt, dan kon dat gewoon, zonder gedoe.” 

Marjon ziet nog steeds een grote scheiding tussen oude en nieuwe Rozenburgers.

“Net of je olie in water doet. Niet omdat ze elkaar niet mogen, maar omdat ze bijvoorbeeld naar andere evenementen gaan. Op de ene plek zit het dorpse Rozenburg en op de andere plek zitten nieuwe. Misschien hebben de groepen andere interesses. 

Met Jeugdland ben ik blij. Lenneke van der Meer en Paméla Blok hebben dat een jaar of 26 geleden uit het slop getrokken en ik zat in de ploeg om de crea te organiseren. Het was een megaklus de eerste keer. We hadden geen idee hoe dat eruit zou zien. Zoveel kinderen op het veld, het zwembad en de sporthal die meededen. De kinderboerderij, de winkeliers. Het hele dorp deed mee. Dat hebben we gelukkig in het Rotterdamse weten te handhaven. We hebben hard gewerkt om dat niet kwijt te raken.”

Je moet soms schipperen om een draagvlak te creëren tussen beide partijen. Dat moet je leren. Het is niet altijd leuk. 

Marjon denkt met dankbaarheid terug aan haar vroegere mentors. 

“Ik heb goede mentors gehad: Ton Clarijs, Lenneke van der Meer, Paméla Blok. Bestuurders die me hebben geleerd hoe de politiek werkt. In zo’n proces heb je er vooral mee te maken met dat je dingen samen moet doen. Dat valt soms niet mee als mensen iets heel anders willen. Je moet dan schipperen om een draagvlak te creëren tussen beide partijen. Dat moet je leren. Het is niet altijd leuk. 

Daar zijn ook persoonlijke dingen bij. Mensen die met hart en ziel voor iets werken en jij moet als persoon zeggen: wij gaan daar een schaafrandje afhalen. Vooral zoiets oplossen, dat je toch met elkaar door een deur kan, dat is een uitdaging. Sommige dingen had ik achteraf anders willen doen. Meer over het vinden van de gemene deler. Soms ben je te bot, soms geef je te snel toe. Net als het leven. Achteraf weet je het altijd beter. 

Marjon is benieuwd naar de nieuwe dorpsraad. 

“De dorpsraad, zoals de wijkraad hier heet, die vertegenwoordigt nog steeds de Rozenburgers. Met minder invloed dan wij hadden, maar dat het dorp vertegenwoordigd wordt, is een groot goed. Om de input toch bij Rotterdam te leggen, dat heb je gewoon nodig.

Voor de dorpsraad heb ik me niet verkiesbaar gesteld. Ik vond het wel mooi geweest. Ik heb nu een heel andere baan en ben vier dagen elders aan het werk. Mijn kinderen zijn groot. Ik benut het dorp niet meer zoveel als vroeger. Dan weet je niet genoeg van wat er in het dorp speelt. 

Ik heb vertrouwen in de mensen die de dorpsraad gaan doen. Het is een hele verantwoordelijkheid om Rozenburgers te vertegenwoordigen. Hoe fantastisch dat er mensen zijn die dat willen gaan doen. Ik ga kijken vanaf de zijlijn. Ik heb dit met veel plezier gedaan, anders had ik het niet zo lang gedaan. Nu ga ik met plezier kijken. En mocht het nodig zijn, dan weten ze me voor advies te vinden.

Het meedenken over de Landtong zit een eind in de goede richting. Er kan nog steeds een kink in de kabel komen, of een ‘molenwiek’, maar er is heel veel bereikt.

Marjon vond haar politieke carrière een mooie tijd.

“Er zijn enorme vraagstukken geweest, die we bestuurlijk gezien hebben geprobeerd op te lossen. De Kleine Kernenaanpak was niet zo zichtbaar in het dorp, maar behelsde heel veel stukken. Bij Rotterdamse beleidsstukken wordt er voortaan apart gekeken of het beleid wel past bij de klein kernen Hoek van Holland, Pernis en Rozenburg. Daar heb ik me heel sterk voor gemaakt. Natuurlijk is die uitvoering nog niet helemaal waar die moet zijn, maar de basis staat. Ik noem het loodgieterswerk in een huis. Je ziet het niet, maar het is wel belangrijk. Ik ben blij dat ik geholpen heb om een basis te leggen waar de volgende ploeg mee verder kan. 

Rozenburg, dat zijn de mensen, vind ik. Het kritische van de mensen, het meedenken, het participeren en het zelf doen. Rozenburgers zijn een soort eilandbewoners, maar met een stadse mentaliteit en daarin zijn we uniek. Voorzieningen heb je daarbij broodnodig, maar wat het dorp zelf kenmerkt, dan zijn het de mensen. Ik woon hier en heb nog lang geen zin om weg te gaan.”

Reageren & Reacties

2 Reacties

  1. f82pk9

    Antwoord
  2. Goed verhaal! De gluiperige manier waarop de herindelingsdiscussie werd beslecht, met de nadruk op slecht, was inderdaad schokkend. De wonderbaarlijke herrijzenis van een diepgelovig raadslid bracht opeens de 8-7 deal van de PvdA-fractievoorzitter, die al eerder een volksraadpleging arrogant van de hand had gewezen, tot stand. Zijn amendement, dat in strijd was met het reglement van orde, had nooit door de raadsvoorzitter moeten worden gehonoreerd. Maar ja, die was zelf ingehuurd om Rozenburg bij Rotterdam onder te brengen. Evengoed hulde aan mijn vriendin Marjon, die op dat moment machteloos was. Ik heb genoten van haar uitspraken. Ze zal altijd een warme plek in mijn hart hebben. Het ga je goed!

    Antwoord

Een reactie versturen

De Rozenburgse Mozaïekroman is een openbaar platform voor liefhebbers van Rozenburgs immaterieel erfgoed. Als u reageert, houd het dan netjes. De redactie behoudt zich te allen tijde het recht voor om reacties te verwijderen (of aan te passen) zonder hiervan melding te maken.

Meer verhalen

Foto van Vanja, Murisa en Faruk

Voor de kinderen is Bosnië hun vakantieland. Maar Rozenburg is hun thuis.

Faruk en Murisa komen uit Bosnië. Door de oorlog in voormalig Joegoslavië moesten zij vluchten. Voor de kinderen is Bosnië hun vakantieland.

Foto van Vanja en Hanny

Als er in Rozenburg teveel stank zou zijn, zouden we terug verhuizen.

Hanny is voorzitter van de stichting SKCR, die kunst dichterbij de Rozenburgers wil brengen. Dat is altijd Hanny’s missie geweest.

Foto van Vanja en Cornelia

Er zijn mensen die denken dat ik op de Zanddijk ben geboren.

Cornelia Molendijk is bekend als Rozenburgse schrijfster en journaliste. Haar column Kleintje Natuur bestaat al meer dan dertig jaar.

Foto van Hugo, Bea en Vanja. Hugo associeert Rozenburg met vrijheid en verre landen.

Ik associeer Rozenburg met vrijheid en verre landen.

Hugo van Dalen heeft veel Rozenburgers pianoles gegeven, kwam hier in de jaren 70 wonen en associeert Rozenburg met vrijheid en verre landen.

Foto van Gino, Sonja en Vanja

Gino was de eerste Italiaan op Rozenburg. Het was voor ons beiden een cultuurshock.

Sonja is geboren op Rozenburg… Gino was de eerste Italiaan op Rozenburg… “Het was voor ons beiden een cultuurshock.”