De enige manier om niet ‘een wijk van Rotterdam te worden’, is om je te blijven gedragen als een dorp

door | 27-10-2021 | 1 reactie

Foto van Jasmina en Vanja
Jasmina Ibrahimovic & Vanja Beukelman-Pavlovic

Jasmina Ibrahimovic (36) regisseerde in 2012 de Rozenburgse locatievoorstelling Uit je klei getrokken. Het was haar afstudeerproject van de theateropleiding.

“Mijn project was een community arts voorstelling, gemaakt met Rozenburgers”, vertelt Jasmina. “Ik had een groep van nieuwe en oorspronkelijke inwoners bij elkaar gebracht. Het ging over de vraag ‘wanneer mag je jezelf een echte Rozenburger noemen?’ De voorstelling speelde meerdere avonden en speelde zich af op verschillende locaties. Het publiek liep van plek naar plek, allemaal bekende Rozenburgse locaties. Daar werden verhalen verteld door Rozenburgers over hun identiteitsvorming, gekoppeld aan de betreffende locatie. De voorstelling ging heel erg over identiteit en plek. Wat ik in Rozenburg aantrof aan dilemma’s en vraagstukken was wat je, in het klein, ook voor Nederland, Europa en de wereld kunt afvragen.”

“Ik heb me hier altijd thuis gevoeld en 
heb me nooit afgevraagd 
of ik een echte Rozenburgse was.”

Wat was voor Jasmina de aanleiding om dit onderwerp te kiezen?

“Ik woon vanaf mijn 10e in Rozenburg. Ik heb me hier altijd thuis gevoeld en heb me nooit afgevaagd of ik een echte Rozenburgse was. Om me heen hoorde ik echter wel eens dat iemand geen echte Rozenburger gevonden werd, terwijl die hier soms al 40 jaar woonde. Ik ging me afvragen: wanneer ben je dan wel een echte Rozenburger? En wie mag dat bepalen, of iemand dat is?”

In 2010 werd Rozenburg Rotterdam. Had dat nog invloed?

“Ik was vooral benieuwd naar de identiteitsvorming gekoppeld aan de plek. Ik ben gaan rondvragen. Zo ontdekte ik de Rozenburgse geschiedenis en het heden. Vroeger was het hier boerenland met 600 inwoners, voor de Wederopbouw. Toen, vrij plotseling, vanwege de uitbouw van de havens, kwamen er heel veel nieuwe huizen en inwoners. Boeren werden onteigend. Toen begon de vraag van wie is er echt en wie is er import. Die paar boerenfamilies van vroeger zijn zich toen gaan vasthouden aan dat oorspronkelijke idee. Langzamerhand was de onteigening en het opgaan in het grote geheel van Rotterdam tot 2010 aan de hand geweest, met als grote finale, de klapper, waarin Rozenburg officieel als zelfstandige gemeente zijn rechten verloor. Geen eigen burgemeester, weinig eigen zeggenschap. Alleen maar een buurt of wijk van Rotterdam. Dat markeerde de laatste fase van een strijd die al begon in de jaren ‘50. Toen dacht ik: dit is een goede aanleiding om een voorstelling te maken.”

“Ik denk dat het voor elk mens van belang is 
om zich verbonden te voelen met de plek waar je bent.”

De voorstelling begon met het huwelijk tussen Rotterdam en Rozenburg.

“Het publiek was te gast op de bruiloft. De eerste scène was in Muziektheater De Ontmoeting, dat vroeger een kerk was. Daar werden vroeger veel bruiloften gehouden. Ik dacht dat het ludiek zou zijn om het publiek welkom te heten bij het huwelijk tussen twee oudere mensen. Zij stonden voor het altaar, als symbool. Mevrouw Rotterdam en Meneer Rozenburg. Zij werden getrouwd door lokale politicus Arie Mol die nota bene door Rozenburgers werd gezien als de katalysator voor het opgaan van Rozenburg in Rotterdam. Hij heeft zich daar als lid van de Rozenburgse gemeenteraad het meest over uitgesproken dat het een goed idee zou zijn. Hij is een oorspronkelijke Rozenburger, dus dat werd door veel oud-Rozenburgers als verraad gezien. Hij was zo sportief om mee te doen.”

Jasmina had zelfs het protest uit de zaal tijdens het huwelijk geënsceneerd.

“Vlak voor het jawoord stond een oud-Rozenburger op, Wim de Ronde, die zei dat hij er op tegen was. En daarna stonden nog een paar mensen op, allemaal afstammelingen van de oorspronkelijke Rozenburgers. Ze vertelden kort waarom ze tegen het huwelijk waren. Daarna namen ze het publiek in groepjes mee naar buiten, om ze langs de andere locaties te leiden.”

Welke locaties waren dat?

“We begonnen bij Het Oude Jachthuis. Daar speelde Awaz Alaka een scène. Zij is Koerdische uit Irak. Ze woonde toen al 18 jaar in Rozenburg, maar had niet het gevoel dat ze zich de Rozenburgse identiteit mocht toe-eigenen. Ze vertelde haar verhaal. Over hoe ze naar Rozenburg is gekomen en hoe ze zich hier voelde. Daarna gingen de groepjes naar het toenmalige jongerencentrum. Waar nu Club LEEN zit. Daar kreeg het publiek een video te zien, gemaakt door Vincent Bouritius, die jongeren interviewde over hoe zij zich hier thuis voelen.”

In Molen de Hoop hield Vanja een monoloog.

“Dat ging over identiteitsvorming. Jij komt uit voormalig Joegoslavië en je vertelde over het uit elkaar vallen van je land, het gevoel dat je nergens meer bij hoort. Tenslotte bezocht het publiek de viswinkel van Chris en Anita op de Emmastraat. Zij en Anita’s moeder An vertelden over hoe je je eigen plek, waar je altijd hebt gewoond, niet meer herkent. Hoe je omgeving soms zo kan veranderen, zonder dat je zelf bent weggeweest, dat je je eigen thuis niet meer herkent. Je ziet zoveel veranderingen om je heen, terwijl je nooit bent verhuisd.”

“Als je teruggaat naar de basis, hebben we allemaal 
dezelfde emoties en behoeftes, al leven we in andere situaties.”

“De hele voorstelling en alle persoonlijke verhalen gingen eigenlijk voor een groot deel over heimwee: naar een land dat niet meer bestaat, een plek die je is ontnomen of een plek die zo is veranderd dat je het niet meer herkent. Zo hadden alle verhalen een gemene deler. Daarom konden mensen, die dachten een totaal ander verhaal te hebben, zich toch inleven in het verhaal van de ander. Want opeens werd het verhaal van bijvoorbeeld Awaz, iets waarmee een oud-Rozenburger zich kon identificeren. Waarom? Ze hadden allebei het gevoel dat hun land van hen was afgepakt. Ze waren uit hun klei getrokken. Ik begon de voorstelling met de prikkelende vraag, wanneer mag je je wel of niet Rozenburger noemen, maar het einddoel was dat iedereen die de voorstelling speelde of zag, nadacht over die universelere vraag; ergens wel of niet thuis mogen zijn.”

Dat past bij Jasmina’s werk als directeur van het Rotterdams Wijktheater.

“Bij alles dat ik maak is het continu mijn doel om aan mensen te laten zien dat het verhaal van de ander niet zo ver staat van dat van jou. Als je teruggaat naar de basis, hebben we allemaal dezelfde emoties en behoeftes, al leven we in andere situaties. Als we die verhalen delen die zich afspelen op dat universele niveau, dat het makkelijker is om je in elkaar in te leven. Zo verbeteren we de wereld.”

“Ik denk dat Rozenburgers worden gekenmerkt door een lichtelijke argwaan.”

Mensen voelen zich beter als ze weten waar hun plek is. Als je ergens bij hoort, je verbonden voelt. Is het belangrijk waar die plek is?

“Ik denk niet dat het belangrijk is waar je woont, maar dat je je ergens thuis mág voelen. Dat draagt bij aan een gevoel van waardering en een gevoel van er mogen zijn. Dat is vormend voor je gevoel van thuis zijn. Ik denk dat het voor elk mens van belang is om zich verbonden te voelen met de plek waar je bent. Het is niet goed voor ons om niet te weten waar je woont, daar word je ongelukkig van. Het is ook belangrijk om door de fysieke en geografische gemeenschap waar we wonen, dus niet online, erkend, gezien en welkom geheten voelen. Dat je niet wordt buitengesloten. Ik denk dat een van de grootste valkuilen van de samenleving is, dat we denken dat we individualistisch zijn, terwijl we het aller gelukkigst zijn als we met elkaar verbonden zijn, minder vervreemd, minder angstig voor de ander.”

Waren de Rozenburgers open, tijdens het opzetten van de voorstelling?

“Haha, nee joh! Ik denk dat Rozenburgers worden gekenmerkt door een gezonde argwaan. De kat uit de boom kijken. Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg. Maar ze vonden mij een gekke, grappige, jonge meid en hun allereerste reden om mee te doen was omdat ze dat meissie wilden helpen. Iemand zei: ‘Ik gun je het voordeel van de twijfel.’ Dat kenmerkt de houding. Maar ik ben nergens tegen een diepgewortelde negativiteit gekomen. Vlak voor de première kregen de oude Rozenburgers pas het idee dat ze het ook leuk vonden. De nieuwe Rozenburgers en de jongeren hadden veel mee hun eigen urgentie om hun verhaal te vertellen. Voor de oud-Rozenburgers was het opgaan in Rotterdam wel een belangrijke katalysator om mee te doen. Dat was wel een hot topic.”

Ook het Rozenburgs Mannenkoor deed mee, met oud-Rozenburgse liederen.

“Al die mannen, per voorstelling meer dan 50 die meededen. Ze waren gewend alles van tevoren duidelijk te weten, maar bij mij was in het begin niets duidelijk. Ze hadden totaal geen grip op wat ik voor me zag, en vonden me vast een heel warrig meisje, maar ze bleven toch komen. Lief. We sprongen gezamenlijk op de trein.”

“Luister minder naar je onderbuik en meer naar je hart.”

Hoe zou jij Rozenburgers omschrijven?

“De oorspronkelijke Rozenburgers kun je typeren en de nieuwe ook een beetje. Oud-Rozenburgers kijken de kat uit de boom, zijn kritisch op verandering, hebben een enorme loyaliteit en oog voor elkaar. Maar ze zullen niet zo gauw weer een verandering willen. Dat heeft te maken met de geschiedenis. Dat is een diepgewortelde pijn, de landonteigening en een omgeving die zo snel ontwikkelde, dat mensen hun eigen buurt niet meer herkenden. Dat kan een gemeenschapstrauma zijn. Dat gaat zich omvormen naar argwaan tegen verandering. Gekwetst zijn in je identiteit. Nieuwe Rozenburgers zijn er in heel veel soorten en maten. Er zijn jongeren die hier wonen omdat ze zijn gebleven omdat hun ouders hier vandaan komen. Er zijn nieuwe Rozenburgers die hier zijn komen wonen vanwege de kleine gemeenschap en het groen. Zij genieten van het dorpsgevoel. En er zijn Rozenburgers die hier nog maar net wonen en vanuit een andere wijk in Rotterdam hierheen zijn verhuisd. Zij zijn niet gewend aan dat dorpsgevoel, omdat dat in hun oude wijk niet was. Ze houden hun gordijnen dicht, maar dat betekent niet dat ze minder sociaal zijn. Ze zijn alleen gewend aan een andere manier van samen leven. Het is belangrijk dat zij zich niet uitgesloten voelen.”

Jasmina doet een oproep.

“Als we Rozenburg als dat warme dorp willen blijven zien, dan moeten alle Rozenburgers actief worden in het opzoeken van hun mede-Rozenburgers. Dat moet je actief blijven uitoefenen als dorp. Een open blik, een open houding. Verwelkomend. Ik denk dat het mooiste aan de Rozenburgse identiteit de saamhorigheid en het ons kent ons is. Maar als we nieuwe Rozenburgers niet dezelfde behandeling geven, dan wordt het steeds moeilijker om die identiteit te behouden. De enige manier om niet ‘een wijk van Rotterdam te worden’ is om je vooral te blijven gedragen als een dorp: loyaal, warm. Wees je bewust van je eerste gedachte en je tweede. De eerste daar kun je niets aan doen, dat is onderbuik of geconditioneerde reactie. Aan de tweede gedachte kun je wel iets doen. Die is cruciaal. Stop niet bij de eerste gedachte. Luister minder naar je onderbuik en meer naar je hart.”

Uit je klei getrokken (het team) | foto: Martijn Boom

Reageren & Reacties

1 Reactie

  1. En weer zo’n mooi verhaal. Precies zoals het is. Ik zeg ook altijd met trots dat ik een echte Rozenburger ben. Mijn jongere zus was de laatstgeborene van Blankenburg in 1965. Maar ik omarm ook de nieuwe Rozenburgers. Via mijn werk kom ik daar veel mee in aanraking. Spreek de mensen ook regelmatig als ze hier een poosje wonen en krijg van allemaal altijd dezelfde positieve feedback.

    Antwoord

Een reactie versturen

De Rozenburgse Mozaïekroman is een openbaar platform voor liefhebbers van Rozenburgs immaterieel erfgoed. Als u reageert, houd het dan netjes. De redactie behoudt zich te allen tijde het recht voor om reacties te verwijderen (of aan te passen) zonder hiervan melding te maken.

Meer verhalen

Foto van Chris, Anita en Vanja

Je praat toch over een tijdbestek van een jaar of veertig, waarin je lief en leed van mensen meemaakte.

Chris Bestebroer en zijn vrouw Anita hadden jarenlang Cafetaria De Oase in de Emmastraat. In 2011 verkochten ze de zaak en openden ze in het pand ernaast viswinkel De Lekkerbek.

Foto van Vanja en Fidan

Je kan het meisje uit Rozenburg halen, maar Rozenburg niet uit het meisje…

Journalist Fidan Ekiz is opgegroeid in Rozenburg als dochter van de eerste generatie gastarbeiders die in de jaren ’60 naar Nederland kwamen.

Foto van Vanja en leden van het Rozenburgs Mannenkoor

Het is heerlijk om met zijn allen een mooi muziekstuk in te studeren en naar een concert toe te werken

Het Rozenburgs Mannenkoor bestaat al sinds 1927. Het koor was ooit beroemd en trad op in heel Nederland en daarbuiten. Nu probeert het jonge koorleden aan te trekken, in de hoop dat het koor niet verloren gaat.

Foto Aart van der Houwen & Vanja Beukelman-Pavlović

Geschiedenis gedijt bij veranderingen

Aart van der Houwen is voorzitter van de Historische Vereniging Oud Rozenburg. Hij is afgestudeerd historicus en een afstammeling van een familie met wortels die al sinds 1600 in de Rozenburgse klei stonden.