Je kan het meisje uit Rozenburg halen, maar Rozenburg niet uit het meisje…

door | 24-11-2021 | 4 reacties

Foto van Vanja en Fidan
Vanja Beukelman-Pavlovic in gesprek met Fidan Ekiz

Journalist Fidan Ekiz is opgegroeid in Rozenburg als dochter van de eerste generatie gastarbeiders die in de jaren ’60 naar Nederland kwamen. Fidan maakte in 2011 de 5-delige documentaireserie Veerboot naar Holland, met de emigratie-ervaringen van vijf Turkse gezinnen, waaronder dat van haar haar eigen ouders.

“Mijn vader is in 1968 naar Nederland gekomen”, vertelt Fidan. “Hij kwam aan in Schiedam en woonde een tijdje in een pension met andere gastarbeiders. Vervolgens vertrok hij naar Rozenburg om bij Verolme te gaan werken. Ergens in ‘71 was hij op familiebezoek in Turkije. Zijn ouders hadden gezegd dat het tijd werd dat hij ging trouwen. Hij heeft daar veel meisjes gezien. Heel toevallig was hij bij de familie van mijn moeder. Zij kwam net terug van een bioscoopbezoekje met vriendinnen. Mijn moeder zegt altijd: ‘Hij pakte mijn hand en liet die niet meer los. Hij was helemaal verlamd van de liefde.’ Ze hadden hem meerdere meisjes laten zien, maar mijn moeder moest het worden.”

De familie van Fidans vader was best conservatief.
Haar moeder juist niet.

“Mijn moeder liep in minirokjes en blondeerde haar haren. Dat had wat voeten in de aarde. In 1972 kon ze overkomen naar Nederland. Zij droomde van Europa en dacht dat Rozenburg een soort Parijs was. Toen ze met mijn vader in het donker op de A15 reed, leken de lichtjes van de industrie wel op een stad met wolkenkrabbers. Mijn moeder kon erg klagen over Rozenburg en de Rozenburgers, maar is er wel van gaan houden. Die kneuterigheid, dat iedereen elkaar leert kennen. Je kan op mensen terugvallen.”

Fidan bezoekt Rozenburg nog regelmatig.

“Ik was er een paar weken geleden. Elke keer is het toch weer een gevoel van thuiskomen. Ik ben nu gewend aan de stad, ik woon in Rotterdam, maar ik word toch altijd emotioneel van Rozenburg. We woonden aan de Lekstraat. Dan zie ik mijn vader weer staan voor de deur, zijn auto repareren in de garage. Hij was gelukkig daar. Mijn moeder wilde na zijn pensioen naar Rotterdam omdat de kinderen en kleinkinderen daar inmiddels woonden. Hij is daar gelukkig geworden, maar miste Rozenburg wel. Hij is een paar jaar geleden overleden, maar ik zie hem voor me in Rozenburg. Daar heeft hij langer gewoond. De eerste vriendschappen gesloten. Samen een heel nieuw leven opgebouwd.”

Fidans ouders wilden oorspronkelijk terugkeren naar Turkije.

“Als ze genoeg geld hadden verdiend, zouden we teruggaan. Ik vond dat moeilijk. Op vakantie in Turkije had ik heimwee naar Rozenburg en mijn vriendinnen. Uiteindelijk namen mijn ouders de beslissing van: we gaan niet terug. Dat hadden ze besloten omdat we het goed deden op school. Dat vertelden ze ons echter niet, dus op de basisschool was dat wel een ding. Er waren kinderen die naar Turkije terug gingen terwijl ze het hier goed deden. Die moesten toch terug.”

“Ik dacht er als kind niet aan dat hier meer kansen voor ons waren. Ik was alleen bang dat ik mijn vrienden moest missen. Mijn ouders hebben voor ons heel veel opgeofferd. Dat is het verhaal van migratie. Je kinderen bouwen vriendschappen op, een carrière, maar zelf lever je er best wel wat voor in. Mijn ouders waren gelukkig omdat wij dat waren. Maar je bent er altijd slechts voor de helft.”

“De Nederlandse taal leren werd vanuit de overheid in die tijd niet gestimuleerd.”

Ook de maatschappij ging er lange tijd van uit dat de gastarbeiders naar hun land zouden terugkeren.

“Mijn ouders zijn hier gekomen om een betere toekomst op te bouwen. Zij waren vooral bezig met overleven, hard werken en weer terugkeren. De Nederlandse taal leren werd vanuit de overheid in die tijd niet gestimuleerd. Achteraf denk ik, dat is wel onjuist geweest. Ik had de behoefte om mijn ouders te behoeden voor situaties waar mensen geïrriteerd raakten als ze de taal niet verstonden. Ik had het gevoel van don’t mess with them.”

“Als mijn moeder zich schaamde, dan voelde ik plaatsvervangende schaamte. Dan werd ik boos: hoe durf je mijn moeder zich zo te laten voelen! Dat herkende ik ook aan mijn Turkse klasgenootjes. Nog steeds als iemand mijn moeder een opgejaagd gevoel geeft, dan schiet ik in een modus, die mensen niet van mij kennen. Een soort oergevoel. Wat dat betreft leef ik altijd in twee werelden. Aan de ene kant de glamour en je woorden wegen en aan de andere kant de wereld van mijn ouders, mijn cultuur. Dat had ik nooit willen missen, want dat heeft mij gevormd.”

Fidan merkte dat ze zich als kind van twee culturen extra verantwoordelijk voelde.

“Er is een moment gekomen dat mijn ouders ons de verantwoordelijkheid hebben gegeven. Zij kwamen met geld om ons mogelijkheden te bieden en wij leerden de taal en deden ons best. Ik werd gepest op de middelbare school maar dat heb ik hen nooit verteld. Wat ik soms voel voor mijn zoontje, dat heb ik ook gevoeld voor mijn ouders. Daar zit iets wat ik mooi vindt, waarin wij elkaar hebben aangevuld, maar dat heeft mij tegelijkertijd gevormd. Ik merk nu dat ik mezelf in emotionele relaties wegcijfer. Ik ben iemand die verantwoordelijkheid draagt, een pleaser. Dat komt voort uit die relatie. Dat was voor mij vanzelfsprekend en heel normaal. Ik heb er nooit last van gehad, maar het heeft wel invloed gehad. Ik denk dat veel kinderen uit die tweede generatie dat hebben. Twee zijdes van de medaille.”

“Pas toen ik zelf in Turkije woonde, ontdekte ik wat heimwee was.”

Als correspondent in Turkije begreep Fidan wat haar ouders hadden gevoeld.

“Pas toen ik zelf in Turkije woonde, ontdekte ik wat heimwee was. Toen viel de hele puzzel in elkaar. Toen wist ik ook pas echt wat zij hadden gevoeld. Daarom ben ik aan de documentaire Veerboot naar Holland begonnen. Als journalist registreer je altijd. Dit was het verhaal dat ik moest vertellen. Ik was toen in dienst bij de VARA en ik heb verteld dat mijn verhaal over heimwee ging. Ik moest het alleen in een vorm gieten. Ik werd gekoppeld aan documentairemaker Kees Schaap. Dat was het begin van een vriendschap.”

Er werd gefilmd in Rozenburg.

“Toen ik de Rozenburgers filmde, vonden ze het eng. Hollywood over de vloer! Er werd ook gelachen. Je merkte dat mensen blij waren hun verhaal te vertellen. Mensen schrokken ook van hun eigen eerlijkheid. Mijn vader ook. Die zei: ‘Ik doe niet mee’, en vertelde toen dingen die ik nog nooit had gehoord. Ik denk dat ze op een geven moment gingen beseffen dat het landelijk uitgezonden zou worden terwijl ze best privé dingen vertelden. Ik ging nog met Kees langs bij mensen om ze te zeggen dat ze ons konden vertrouwen.”

“Ik had op een gegeven moment wel een maagzweer, bij wijze van spreken, van de stress. Het was moeilijk. Zo persoonlijk, dat heb ik nooit meer meegemaakt. Ik lag er wakker van: wat als iedereen zich terugtrekt? Mijn moeder was ook bezorgd. Het waren haar vriendinnen en hun gezinnen. Maar uiteindelijk was iedereen blij met hoe het was geworden. Ze waren zelfs trots. Er waren interviews, archiefbeelden en foto’s. Een hele vertelling met respect. Ik heb heel veel aan Kees gehad. Ik dacht af en toe: moeten we dit wel doen? Ik zat heel erg tussen die twee werelden. Hij zei: ‘Je doet het of je doet het niet.’”

Fidans vader stond eerst niet te springen om aan de documentaire mee te werken.

“Ik ben zo blij dat ik die serie heb gemaakt! Mijn vader was er later zo trots op. Ik had heel Rozenburg uitgenodigd voor de preview in Lantaren Venster. Ik zat schuin achter mijn vader en ik dacht vooral: wat zal hij vinden? Ik zag vanaf de zijkant een glinstering in zijn ogen. Hij zei niet zoveel, maar die glimlach, die emotie. Zo’n moment vergeet je niet meer. Het was voor hem en die mensen erkenning van het avontuur dat ze hebben doorgemaakt, de strijd die ze hebben geleverd. Om ze dat als dochter te kunnen geven.”

“Ik heb nooit meer iets gemaakt waar ik zó trots op ben. Het heeft ook mijn relatie met mijn vader verbeterd. Het was een van de eerste echt persoonlijke gesprekken die ik met mijn vader heb gehad. Dat was een mooie bijkomstigheid. Als je aan het graven bent en stuit op cadeautjes. Het was bijna therapeutisch. Er is heel veel gehuild en heel veel gelachen. Die puzzel is echt gelegd. Het heeft ook veel gedaan voor de relatie tussen mijn ouders. Over en weer, daar waar taboes waren, en angsten om dingen uit te spreken, daar hebben ze elkaar gevonden.”

De documentaire werd in Nederland goed ontvangen.

“De mails! Ik heb, denk ik, nooit meer zoveel reacties gehad. Allemaal van ‘Dit heeft mijn ogen geopend.’ En ook ‘Had ik dat maar geweten.’ Dit heeft het beeld van de Turkse gemeenschap in Nederland verklaard. Ik denk dat de serie goed was voor de samenleving. Het is toch vaak van ‘jullie zijn die schotelantennes en die hoofddoeken’, en het clichéverhaal staat klaar. Maar ik liet zien dat deze mensen echt van Nederland houden en liet zien waarom ze die taal niet hebben geleerd.”

“Het heeft ze avonturiers gemaakt. Dat was ook de bedoeling. De erkenning geven. Mijn moeder heeft dat zeker gemerkt. Die werd ook op straat aangesproken. Mijn ouders wilden altijd mij beschermen, maar ik hen ook. Ik moest ze meenemen voor de promotie van de documentaire. Dat deed ik, maar als ik enige schroom bemerkte, nam ik ze meteen in bescherming. Niet pushen. Ze niet in moeilijke situaties brengen.”

“Mijn moeder kwam als analfabeet naar Nederland en heeft hier leren lezen en schrijven.”

Fidans ouders waren Nederland en Rozenburg dankbaar voor de kansen.

“Ik kan best kritisch zijn, omdat veel dingen beter geregeld hadden kunnen worden. Nederland had zeker meer moeten investeren in de eerste generatie gastarbeiders. Er wordt altijd gezegd dat de eerste generatie is mislukt. Maar dat vinden ze zelf niet. Zij hadden discipline en zetten door. Als daar extra in was geïnvesteerd… Desondanks hebben ze het best goed gedaan. Zij beseften heel goed hoe het zou zijn geweest als ze daar waren gebleven. Mijn moeder kwam als analfabeet naar Nederland en heeft hier leren lezen en schrijven. Ze heeft cursussen gedaan in het vormingscentrum. Er waren veel gelegenheden waar ze hun tijd konden doorbrengen. Ze hadden veel heimwee, ver van hun familie, maar waren dankbaar voor de kansen.”

“Toen mijn vader tijdens de massaontslagen zijn baan verloor, was hij dankbaar dat hij geld kreeg tot zijn nieuwe baan begon. In Turkije was dat niet. Daar was het survival of the fittest. Hier voelden ze zich financieel veiliger. Ze hadden meer kansen en daar zijn ze dit land dankbaar voor. Mijn moeder spreekt dat dagelijks uit. Ze is gelukkig met haar kinderen en kleinkinderen in de buurt, een mooi huis. Ze is net een tijd in Turkije geweest en is via apps constant in contact met familie daar. The best of both worlds. Alles is wat haar betreft op zijn pootjes terecht gekomen.”

“Mijn gevoel van veiligheid hangt samen met in de buurt van mijn familie wonen.”

Hoe belangrijk vindt Fidan een woonplek en het gevoel te hebben dat je daar hoort voor je identiteit?

“Ik heb op veel plekken gewoond en kan makkelijk aansluiting vinden en me makkelijk aanpassen. Maar of ik me dan honderd procent gelukkig voel? Ik moet in een multiculturele stad wonen, ook omdat ik erover schrijf en praat. Maar ik wil ook wonen waar familie woont. Mijn gevoel van veiligheid hangt samen met in de buurt van mijn familie wonen. Ik droom wel eens van een boerderij met een hoop groen. Een beetje Little house on the prairie. Je kan het meisje uit Rozenburg halen, maar Rozenburg niet uit het meisje…”

Still uit de vijfdelige documentaireserie Veerboot naar Holland

Still uit de vijfdelige documentaireserie Veerboot naar Holland /// regie: Fidan Ekiz | scenario en samenstelling: Kees Schaap | montage: Caroline Baan, Floor Rodenburg | camera: Onno van der Wal, Tijn van Neerven | productie: Julia Rademakers

Still uit de vijfdelige documentaireserie Veerboot naar Holland

Still uit de vijfdelige documentaireserie Veerboot naar Holland /// regie: Fidan Ekiz | scenario en samenstelling: Kees Schaap | montage: Caroline Baan, Floor Rodenburg | camera: Onno van der Wal, Tijn van Neerven | productie: Julia Rademakers

Reageren & Reacties

4 Reacties

  1. Mooie serie, Veerboot naar Holland, enorm van genoten.
    Een mooie en lieve vrouw ben je Fidan!

    Antwoord
  2. Mooi verhaal ben erg benieuwd naar de documantair, ga hem opzoeken op de NPO app!
    Vreemd, woon al 35 jaar in Brabant maar Rozenburg zit ook nog in mij…..

    Antwoord
  3. Een prachtig verhaal en mooi opgeschreven.

    Antwoord
    • Wat heb ik toen genoten van de documentaire. Fidan fijn dat je je altijd nog zo positief over rozenburg uit spreekt.

      Antwoord

Een reactie versturen

De Rozenburgse Mozaïekroman is een openbaar platform voor liefhebbers van Rozenburgs immaterieel erfgoed. Als u reageert, houd het dan netjes. De redactie behoudt zich te allen tijde het recht voor om reacties te verwijderen (of aan te passen) zonder hiervan melding te maken.

Meer verhalen

Foto van Chris, Anita en Vanja

Je praat toch over een tijdbestek van een jaar of veertig, waarin je lief en leed van mensen meemaakte.

Chris Bestebroer en zijn vrouw Anita hadden jarenlang Cafetaria De Oase in de Emmastraat. In 2011 verkochten ze de zaak en openden ze in het pand ernaast viswinkel De Lekkerbek.

Foto van Vanja en leden van het Rozenburgs Mannenkoor

Het is heerlijk om met zijn allen een mooi muziekstuk in te studeren en naar een concert toe te werken

Het Rozenburgs Mannenkoor bestaat al sinds 1927. Het koor was ooit beroemd en trad op in heel Nederland en daarbuiten. Nu probeert het jonge koorleden aan te trekken, in de hoop dat het koor niet verloren gaat.

Foto van Jasmina en Vanja

De enige manier om niet ‘een wijk van Rotterdam te worden’, is om je te blijven gedragen als een dorp

Jasmina Ibrahimovic (36) regisseerde in 2012 de Rozenburgse locatievoorstelling Uit je klei getrokken. Het was haar afstudeerproject van de theateropleiding.

Foto Aart van der Houwen & Vanja Beukelman-Pavlović

Geschiedenis gedijt bij veranderingen

Aart van der Houwen is voorzitter van de Historische Vereniging Oud Rozenburg. Hij is afgestudeerd historicus en een afstammeling van een familie met wortels die al sinds 1600 in de Rozenburgse klei stonden.